Borstvoeding


Borstvoeding

Borstvoeding bevat alles wat een zuigeling nodig heeft voor optimale groei en ontwikkeling in de eerste zes maanden van zijn leven. Behalve voedingsstoffen bevat moedermelk kostbare afweerstoffen die de baby beschermen tegen allerlei infecties en ziekten. Moedermelk is bovendien zeer licht verteerbaar en is niet belastend voor de darmen.

Borstvoeding geven is ook gezond voor de moeder. De baarmoeder trekt zich sneller samen, er is minder kans op een nabloeding en de moeder is eerder terug op haar oude gewicht. Borstvoeding geven beschermt daarbij tegen het ontwikkelen van o.a. diabetes en borstkanker.

Moeder en kind raken sneller vertrouwd door het regelmatige voeden.

 

Je baby profiteert het meest als het ten minste 6 maanden borstvoeding krijgt, maar elke week telt. Daarna is bijvoeding nodig voor de verdere groei en ontwikkeling.

 

Net bevallen

Na de geboorte is het fijn als je de baby bij je houdt met zijn huid tegen jouw huid aan. Dan zal de baby binnen een uur op zoek gaan naar de borst. Het is heel belangrijk om de baby binnen een uur aan te leggen. De baby is dan goed wakker en de zuigreflex is dan heel sterk. Als hij zover is, laat hij dit merken door naar de tepel te gaan zoeken, te likken en te happen.

 

De eerste dagen

De meeste baby’s slapen de eerste dagen heel veel. Geef de baby die eerste dagen toch zo vaak mogelijk de borst. De borsten zijn in het begin nog zacht en dat maakt het aanleggen makkelijk. De baby heeft de eerste dagen precies genoeg aan deze kleine slokjes moedermelk. Na drie tot vier dagen komt de melkproductie goed op gang en zal de baby ongeveer elke drie uur willen drinken. Voordat hij gaat huilen, laat hij zien dat hij weer aan voeding toe is door met zijn ogen te knipperen, het mondje te bewegen en smakgeluiden te maken. Voeden op verzoek betekent de baby aanleggen als hij honger heeft. Voed in iedere geval minimaal zeven keer per 24 uur. De meeste baby’s ontwikkelen al tijdens de kraamperiode enige regelmaat in het vragen naar voeding.

 

Het geven van borstvoeding moet geleerd worden. Er zijn moeders en baby’s bij wie alles vanaf de eerste voeding vanzelf goed gaat. Dat zijn de natuurtalenten, maar bij de meesten wordt het pas na één of twee weken echt genieten. Het duurt gewoon even voordat moeder en baby op elkaar ingespeeld zijn en samen een goed voedingsritme hebben gevonden.

Zorg ervoor dat je ontspannen zit en ongestoord de borst kan geven, hierdoor zal de baby beter kunnen drinken.

 

Aanleggen

Bij een goed aangelegde baby doet het voeden geen pijn. In de eerste dagen kan het aanzuigen echter nog wel gevoelig zijn. Als het voeden toch pijnlijk is, haal dan de baby van de borst door je pink in zijn mondhoek te stoppen en leg hem opnieuw aan. Laat de baby zolang aan de eerste borst drinken tot hij zelf loslaat of niet meer krachtig zuigt. Na een korte pauze bied je hem de tweede borst aan tot hij deze ook weer vanzelf loslaat of niet meer effectief zuigt. Een voeding duurt gemiddeld ongeveer een half uur.

 

10 aandachtspunten bij het aanleggen:

  1. Ga ontspannen zitten en zorg voor voldoende ruggensteun;
  2. Breng de baby op goede hoogte en kijk na het aanleggen of je ergens een kussentje nodig hebt om je arm te ondersteunen;
  3. Leg je baby met zijn buikje tegen jouw buik. Het lijfje en hoofdje in één rechte lijn;
  4. Stimuleer de bovenlip met de tepel totdat het mondje wijd open gaat. Breng je kind dan naar de borst, zodat het kan toehappen;
  5. Leg de baby met zijn neusje bij de tepel. De baby zal zijn hoofdje oprichten om de tepel te zoeken en goed te kunnen pakken. Na het aanleggen ligt het hoofdje achterover, het neusje ligt vrij en het kinnetje drukt zachtjes in de borst. Soms lijkt het alsof de baby geen adem kan halen. Druk dan de billen dichter tegen je aan: het hoofdje zal verder achterover buigen, zodat het neusje vrijkomt van de borst;
  6. Na het toehappen is de onderlip naar buiten gekruld. De wangetjes zijn bol, en er zijn geen smakgeluidjes;
  7. Je kind zal in het begin korte snelle zuigbewegingen maken en daarna flinke teugen met af en toe een rustpauze. Je hoort de baby slikken;
  8. De baby laat de borst vanzelf los. Houd de baby goed rechtop voor een eventuele boer en biedt daarna de andere borst aan. Zeker in het begin willen sommige baby’s na de tweede borst nog meer drinken. Bied dan weer de eerste en eventueel tweede borst aan;
  9. Kijk na de voeding of je tepel mooi rond is of afgeplat: een platte tepel raakt beschadigd. Om dit te voorkomen moet de baby zijn mondje wijder open doen, zodat de tepel met een deel van de tepelhof goed in het mondje terecht komt;

10.Haal de baby van de borst en onderneem een nieuwe poging als het voeden pijn doet. Het eerste aanzuigen kan gevoelig zijn. Je moet tenslotte aan het zuigen wennen. Na ongeveer 2 weken is dit over.

Borstvoeding geven hoort geen pijn te doen. Pijn wordt bijna altijd veroorzaakt doordat de baby niet goed is aangelegd.

Schakel direct hulp in als de pijn blijft, bijvoorbeeld van je kraamverzorgende, je verloskundige of een lactatiekundige.

 

Ook voor de borstvoeding geldt dat het goed is om je voor te bereiden. In samenwerking met Kraamzorg Jona en Isis, praktijk voor Verloskunde organiseren wij regelmatig voorlichtingsavonden over borstvoeding. In de agenda zijn de data te vinden.
Het is belangrijk om je aan te melden, aangezien de ruimte waar we zitten beperkt is.

 

Jij kan een goede reden hebben om geen borstvoeding te willen geven, bijvoorbeeld omdat je medicatie gebruikt of jouw gevoel dit aangeeft. Gelukkig is er in Nederland voldoende kunstvoeding te kopen voor de baby. Vraag ons eventueel om advies.

Zorg dat je voor de eerste dagen voldoende kunstvoeding in huis hebt en daarnaast een paar flesjes om uit te drinken. De kraamverzorgende zal je verdere uitleg geven.